Smurfen, zo noem ik de in het blauw geklede vrijwilligers die in en buiten het ziekenhuis paraat staan om hand- en spandiensten te verrichten. Op zich een vriendelijk en gastvrij initiatief. Ik stoor me echter aan de opdringerigheid waaraan sommigen (meestal smurfinnen) zich schuldig maken. Zodra ze mensen op zekere leeftijd waarnemen en helemaal als die zoals ik met een stok lopen, bespringen ze die bijkans. Onlangs overkwam het mij weer eens toen ik met mijn man de lift uitkwam op de verdieping waar ik moest zijn. ‘Waar moet u heen?’ We hadden al gezien dat we rechtsaf moesten en waren zelfs al onderweg daarheen. De smurfin achtervolgde ons en rukte me bij de aanmeldzuil bijna mijn patiëntenkaart uit de hand. Ze leek aan te nemen dat moeizaam lopen automatisch leidde tot moeizaam denken en dat ik dus niet wist hoe ik me moest aanmelden. ‘Kan ik iets vasthouden?’ vroeg ze ook nog, daarbij over het hoofd ziend dat ik iemand bij me had die ik zo nodig om hulp kon vragen. Toen ik later bij de arts was, zag mijn man hoe ze zich opdrong aan mensen die bij de koffie-automaat rustig hun keuze stonden te maken. Ook ordende ze doorlopend tijdschriften en schoof ze stoelen onder tafels, zelfs aan die waaraan mensen zaten. Ik neem aan dat de smurfen een training hebben gehad waarin ze hebben geleerd om op een bescheiden manier hulp te verlenen. In de praktijk is daar bij een aantal weinig van te merken. Misschien zijn ze met te veel en vervelen ze zich. Of hebben we hier te maken met een nieuw type smurf? In dat geval lijkt Overactieve Verveelsmurfin me een toepasselijke naam.