Een miljoen planten- en diersoorten zullen de komende decennia uitsterven als we niets doen. Dit alarmerende bericht bereikte ons onlangs. Ik heb niet de indruk dat veel mensen geschrokken zijn van dit nieuws. Mij laat het echter niet los. Ik vraag me steeds af wat ik ervan zou waarnemen als ze met hun miljoen morgen in een keer zijn uitgestorven. Als ik ’s ochtends de gordijnen opendoe, zie ik er dan iets van? Hoeveel planten in mijn tuin zijn foetsie? Hoeveel vogels en insecten? Veel of bijna niets? Helemaal niets misschien? Een miljoen…het getal blijft door mijn hoofd spoken. Wat daar ook rondspookt is de gedachte dat er (weer) niets zal worden gedaan, dat we zullen blijven doorgaan met ons verdere sloopwerk van de aarde en haar natuur. Natuurlijk, we doen wat aardige dingen en er lijken wat inzichten te rijpen en tot handelen te leiden, maar mijn spookgedachte zegt dat het niet voldoende is en dat het inmiddels vijf over twaalf is op een klok die je niet terug kunt draaien. Wat te doen? Meer dan als individu zo milieuvriendelijk mogelijk leven, kun je niet doen. Maar ook dan ben je nu en dan slopend bezig, want wie stapt er nooit eens in een auto, zet nooit de verwarming een graadje hoger of koopt nooit iets dat gemaakt is in een verweggistan land en dat dus met een smerig vliegtuig of containerchip is aangevoerd? Ik blijf hopen dat het een beetje goed komt met moeder aarde. Ik blijf hopen op wijze besluiten van bestuurders, bedrijven en burgers wereldwijd. Ik hoop ook op veel wijze Europese kiezers, die op 23 mei aanstaande het groene verschil willen maken.